In Nederland is het uitgangspunt helder: ouderen moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen, met regie over hun eigen leven en zorg. De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is in het leven geroepen om deze autonomie te ondersteunen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de WMO en dragen hiermee zorg voor passende ondersteuning bij onder meer huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding. Maar hoe deze ondersteuning wordt gefinancierd en georganiseerd, roept steeds vaker kritische vragen op.
Gemeentes als eindverantwoordelijke van zorg – maar niet de uitvoerders,
Hoewel gemeenten wettelijk verantwoordelijk zijn voor de WMO, voeren zij deze taken zelden zelf uit. In plaats daarvan worden omvangrijke contracten gesloten met grote regionale zorgorganisaties en thuiszorginstellingen. Gemeentes besteden al hun WMO-taken het liefst zoveel mogelijk uit, met als doel efficiëntie en schaalvoordeel. In theorie klinkt dit als een logische oplossing, maar in de praktijk blijkt het systeem vooral voordelen op te leveren voor deze grote instellingen – en zeker niet voor de oudere die daadwerkelijk zorg nodig heeft.
Contracten en controle: waar blijft het zorggeld voor ouderen?
Grote zorgorganisaties zijn er als de kippen bij om deze gemeentelijke WMO-contracten binnen te halen. Eenmaal binnen, zetten zij uitgebreide interne structuren op om zoveel mogelijk aanspraak te maken op alle beschikbare budgetten. Het gevolg? Een forse toename van administratieve functies: controllers, financieel medewerkers, planners, managers. Allemaal met maar één focus – het maximaliseren en uitdiepen van de vergoedingen uit de beschikbare zorg-budgetten.
Dit leidt tot een zorgwekkend gevolg: van elke €1,- die beschikbaar is via de WMO voor ouderenzorg, blijft er gemiddeld slechts €0,65 over voor de daadwerkelijke zorg aan de cliënt. De rest verdwijnt in de organisatiekosten, administratie en overhead van de gecontracteerde instellingen. De gelden en middelen die bedoeld zijn om ouderen te ondersteunen in hun zorgbehoefte, komen zo dus nauwelijks en minimaal concreet bij hen terecht.
Bezuinigingen verergeren de situatie
Ondertussen blijven gemeenten en overheden snijden in de WMO-vergoedingen. Door stijgende kosten en krimpende budgetten zien zij zich genoodzaakt te korten op vergoedingen voor ondersteuning. Met als recent voorbeeld een verhoging van de verplichte eigen bijdrage en afschaling van bijv. huishoudelijke hulp. Dit terwijl de behoefte aan zorg alleen maar toeneemt door onze vergrijzing. Hierdoor wordt de druk op zowel zorgverleners als cliënten groter, terwijl het beschikbare budget per oudere verder onder druk komt te staan en de daadwerkelijke zorg voor onze ouderen wordt uitgehold.
De oudere als sluitpost
De kern van de WMO zou moeten zijn: ondersteuning op maat, persoonlijk, gericht op de behoeften van de cliënt. Maar de huidige praktijk laat zien dat ouderen eerder een sluitpost zijn dan het uitgangspunt. Terwijl gemeenten zich beroepen op hun wettelijke plicht, en instellingen hun processen optimaliseren voor maximale financiële winst, blijven onze ouderen een sluitpost en uiteindelijk de dupe.
Een groeiende groep kiest bewust voor kleinschalige zorgregie,
Wat we in de praktijk steeds vaker zien, is dat ouderen met voldoende eigen middelen, ervoor kiezen om buiten de WMO-structuur en de grote zorgcontracten, hun zorg zelf te organiseren. Zij wenden zich tot kleinschalige, persoonlijke, en op maat gerichte zorgpraktijken met een specialistische netwerk, kennis en ervaring, maar vooral een individuele en persoonsgerichte benadering.
Deze aanbieders bieden een prettig alternatief voor de logge systemen van grote instellingen en mega-contracten vanuit de gemeentes.
Zij werken vanuit een persoonlijk oogpunt, cliëntgericht, transparant en vanuit écht contact, waarbij bovenal aandacht voor de client centraal staat.
Tijd voor een herijking van het systeem
Als we willen dat ouderen daadwerkelijk langer zelfstandig blijven – met behoud van eigen regie – dan moet het systeem opnieuw worden bekeken. Gemeenten dienen kritisch te kijken naar de omvang van hun contracten, de voorwaarden die zij stellen aan zulke contracten en vooral: de manier waarop zij controleren of en hoe zorggelden ook daadwerkelijk effectief bij de cliënt terechtkomt.
Het is tijd om het gesprek te voeren over de échte effectiviteit van het huidige financieringssysteem. Niet vanuit spreadsheets en controlekamers, maar vanuit de huiskamers van de mensen om wie het gaat.
________________________________________
Wil je weten wat Praktijk Zelf-Zeker voor U en uw naasten kan betekenen? Neem gerust vrijblijvend contact op voor een persoonlijk en deskundig advies.

Heb je nog vragen?